Na wat stamelen blijkt achter de vraag
een diepere wereld te zitten.
Althans, dat begrijpen we
want als je haar spreekt, zegt ze doodleuk
dat ze dezelfde leegheid heeft, dezelfde
doorzichtige lichtheid.
Ik blijf het herhalen. Op een dag vangt een jager
dit kind waarvan alles afhangt en staat hij oog in oog
met een wezen: half mens, half dier, opgegroeid
in een aardappel-groente-vleesgezin
of is zij er een die met een brandend mes tegen je keel staat
en vraagt: “HOE IS HET MET DE CAVIA VAN MARJOLEIN?”
Hoe krijg ik dat uit mijn hoofd? Als ik het loslaat, heb ik niets meer.
0 reactie(s):
Een reactie plaatsen